Alle gidsen

Hoge Raad Nederland: Contracten met ongereguleerde online goksites uit het verleden niet automatisch ongeldig

Hoge Raad Nederland: Contracten met ongereguleerde online goksites uit het verleden niet automatisch ongeldig

Hoge Raad gebouw in Den Haag met Nederlandse vlag

De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak bepaald dat overeenkomsten tussen spelers en ongereguleerde online gokoperators die dateren van vóór de regulering van de sector in 2021 niet automatisch nietig zijn onder het burgerlijk recht en dit oordeel wijst claims van spelers af die hun verliezen willen terugvorderen op basis van de Wet op de kansspelen terwijl de uitspraak in lijn ligt met de positie van de operators en de haalbaarheid van dergelijke restitutieclaims beperkt.

De zaak kwam voort uit vragen die de Rechtbank Amsterdam en de Rechtbank Noord-Holland hadden voorgelegd aan de Hoge Raad in een prejudiciële procedure en volgens de beschikbare informatie betrof het een voorlopige uitspraak in reactie op die vragen van de genoemde rechtbanken.

Achtergrond van de zaak en de betrokken spelers

Spelers die vóór de invoering van de Wet Kansspelen op afstand in 2021 grote bedragen verloren bij platforms zoals PokerStars en PartyCasino dienden claims in om hun verliezen terug te eisen waarbij één speler meer dan 139.000 dollar verloor op PokerStars en een andere speler 135.000 euro verloor op PartyCasino en de vorderingen baseerden zich op de stelling dat de overeenkomsten ongeldig waren omdat de operators geen Nederlandse vergunning bezaten onder de Wet op de kansspelen.

De Hoge Raad oordeelde echter dat deze contracten niet automatisch als nietig worden beschouwd en dat spelers daarom geen automatische aanspraak kunnen maken op terugbetaling van hun inzetten of verliezen en dit standpunt sluit aan bij eerdere argumenten van de gokbedrijven die betoogden dat de wetgeving uit die periode geen grond bood voor dergelijke civielrechtelijke consequenties.

Impact op lopende en toekomstige claims

Door deze beslissing worden de mogelijkheden voor spelers om via de civiele rechter geld terug te vorderen van pre-2021 operators aanzienlijk beperkt en rechters in lagere instanties zullen bij soortgelijke zaken rekening moeten houden met het standpunt van de Hoge Raad waarbij de uitspraak duidelijk maakt dat de ongereguleerde status van een operator op zichzelf niet voldoende is om een contract nietig te verklaren.

Rechtszaal setting met documenten over gokwetgeving

De sector zelf reageerde met opluchting op het oordeel omdat het de onzekerheid rond mogelijke massale claims wegneemt en operators kunnen nu met meer zekerheid opereren terwijl spelers die nog steeds procedures hebben lopen mogelijk hun strategie moeten heroverwegen op basis van de nieuwe jurisprudentie.

De rol van de Wet op de kansspelen en de regulering sinds 2021

De Wet op de kansspelen kende vóór oktober 2021 geen specifiek kader voor online kansspelen en illegale aanbieders konden daardoor actief zijn zonder Nederlandse licentie waarbij de Hoge Raad in zijn uitspraak benadrukt dat de afwezigheid van een vergunning niet automatisch leidt tot nietigheid van de gesloten overeenkomsten onder het burgerlijk recht.

Sinds de regulering in 2021 geldt er een vergunningsstelsel waarbij legale operators onder toezicht staan van de Kansspelautoriteit en spelers die na die datum verliezen lijden bij illegale sites hebben andere mogelijkheden maar de pre-2021 periode blijft onderhevig aan de interpretatie die de Hoge Raad nu heeft gegeven.

Reacties uit de juridische en goksector

Juristen die de zaak volgden merken op dat de uitspraak consistent is met eerdere interpretaties van de Wet op de kansspelen en dat het de deur niet opent voor grootschalige terugvorderingen terwijl vertegenwoordigers van de gokindustrie aangeven dat de beslissing rechtszekerheid biedt en voorkomt dat operators jaren later nog worden geconfronteerd met claims over oude transacties.

De Kansspelautoriteit houdt toezicht op de naleving van de huidige regels maar de uitspraak van de Hoge Raad raakt primair het civiele recht en niet het bestuursrechtelijke handhavingsbeleid dat de autoriteit voert tegen illegale aanbieders.

Conclusie

De uitspraak van de Hoge Raad vormt een belangrijk precedent voor de Nederlandse goksector en maakt duidelijk dat contracten met ongereguleerde operators uit de periode vóór 2021 niet zonder meer als nietig kunnen worden beschouwd onder het burgerlijk recht waarbij spelers die hun verliezen willen terugvorderen nu minder kans maken op succes en de sector kan verder met de wetenschap dat deze specifieke claims grotendeels zijn afgesloten. De ontwikkeling toont hoe de overgang naar een gereguleerde markt nog jaren later juridische gevolgen heeft maar dat de hoogste rechter een duidelijke lijn heeft getrokken.